Druk op enter om de resultaten te tonen of ESC om te annuleren.

Leer ik het nu nooit!?

Mijn cursus Mediawijsheid van 2013 - 2014 kun je niet geslaagd noemen. Dus gooi ik het dit academische jaar over een andere boeg en ga ik rekening houden met de twee belangrijkste conclusies van vrijwel alle studentevaluaties:

  1. Het universitaire onderwijs legt nauwelijks verbanden met beoogde werkvelden.
  2. Het universitaire onderwijs is didactisch eenzijdig gericht op [werk]colleges.

En de studenten hebben een punt. Er is inderdaad weinig interactie tussen opleidingen en werkvelden, en hoor-en werkcolleges zijn vrijwel de enige didactische werkvorm op een universiteit, terwijl de effectiviteit ervan gering lijkt te zijn:

 

Leercurve Edgar Dale

 

Dus vraag ik Cecile Janssen van Bureau Broekman uit Nijmegen en student-assistente Marieke van Stigt om mij te helpen bij de voorbereiding van de nieuwe cursus Mediawijsheid 14-15. Het perspectief van het werkveld en het studentperspectief zijn nu gewaarborgd. Vanuit haar ervaring als communicatieadviseur observeert Cecile, dat vele organisaties nauwelijks weten hoe ze media kunnen inzetten om bepaalde doelstellingen te behalen. Oorzaak? Er is onvoldoende inhoudelijke en strategische expertise als het om de inzet van (sociale) media gaat. Hiermee zijn de drie cursusdoelen geformuleerd. In vraagvorm:

  1. Hoe kunnen studenten inhoudelijk mediawijs worden?
  2. Hoe kunnen we ze hierop tegelijkertijd strategisch laten reflecteren?
  3. Hoe is een relatie met de praktijk gewaarborgd?

Het antwoord op deze drie vragen lijkt eenvoudig: we maken van de cursus een projectorganisatie en laten studenten groepsgewijze een goed doel kiezen, dat ze door een beargumenteerde inzet van verschillende media proberen te behalen. Via blogs houden ze elkaar op de hoogte en kunnen ze van elkaar leren. En wij - de docenten - zorgen aan het begin van de cursus voor een handboek en voor inhoudelijke input via gastdocenten.

Via twitter heb ik ondertussen Mariëlle van Rijn ontmoet, die werkt aan een instrument om het mediaprofiel van mensen te kunnen beschrijven. Prachtig. Studenten onderzoeken m.b.v. dit instrument aan het begin van de cursus hun eigen mediaprofiel en het ligt voor de hand dat - in een geslaagde cursus Mediawijsheid - hun profiel aan het slot van de cursus veranderd zal zijn.

 

De cursus

Een cursusboek [Het merk voorbij van Rudy van Belkom uit 2015], drie gastdocenten over offline en online strategieën, over doelgroepen en meten van bereikseffecten, en over het werken in projectgroepen. En dan gaan vier projectgroepen aan de slag om geld in te zamelen voor pater Poels, inloophuis Toon, Dagboek voor Helden, terwijl de 4e groep beoogt de naamsbekendheid van Books4Life op de campus van de universiteit te vergroten [de links verwijzen naar de voortgangsblogs van elke groep]. Via hun blogs en ingeplande presentaties houden de studenten elkaar op de hoogte van hun - via literatuur en onderzoek onderbouwde - mediastrategie en kunnen ze elkaar verder helpen.

Zo hadden we het beoogd. Maar wellicht te weinig expliciet gemaakt tijdens de cursus, zeg ik achteraf.


Boodschap voor mijzelf:

Neem de tijd om  je overwegingen voor de cursusopzet met je studenten te bespreken. Of beter nog: bespreek je overwegingen met de studenten en kom gezamenlijk tot een cursusopzet.


 

Groepsvorming

Na college 1 haken een paar studenten af: kost teveel tijd. Dat lijkt me geen bezwaar te zijn. We vragen de overige studenten vooral groepen te maken waarin een combinatie van verschillende mediaprofielen aanwezig is. Zo kan de strateeg de consument inspireren, de netwerker de verzamelaar. En andersom natuurlijk. Aldus geschiedt niet altijd - en we laten het domweg zo. "Ken ik jou, zit je in mijn jaar, doe jij ook de premaster?" - dit zijn de overwegingen waarop studenten groepen vormen. Hoewel, 1 groep karakteriseert zichzelf als bestaande uit twee autisten en twee wijsneuzen die elkaar in evenwicht zullen houden.

Meeliften is het grootste bezwaar van projectmatig werken in het onderwijs. Dat lossen we op, denk ik, door studenten in een projectgroep zichzelf en elkaar te laten beoordelen. Na afloop krijgt de groep een totaal aantal punten dat ze onderling moeten verdelen. Werkt preventief, zou je zeggen, en dat is ook zo, maar niet altijd. Onderweg zijn twee van de vier projectgroepen ontevreden over de inspanningen van een groepslid, en komt een derde groep na weken nauwelijks op gang. De twee studenten worden uit de groepen gezet en starten een individueel traject; een derde besluit in een laat stadium zelfstandig verder te gaan, want ze ziet geen heil voor zichzelf in verdere samenwerking.


Boodschap voor mijzelf:

Projectgroepen stel je samen op basis van het mediaprofiel, de expertise en de ambitie van de deelnemers. Doe dat dan ook. Vraag aan iedereen hoe zij de genoemde drie vragen zouden willen beantwoorden. Dat geeft ook een basis om groepen te vormen.


Maar merkt Marieke terecht op: "Klopt in een ideale wereld. Maar projectonderwijs naast hoorcolleges met ‘harde deadlines’ vraagt ook om praktische groepsvorming. Afspreken buiten schooltijd enz. is gemakkelijker met mensen die hetzelfde traject volgen. [...] Dit levert geen agendatechnisch problemen op."

 

De voortgang

De vier projectgroepen gaan enthousiast aan de slag. Zelf een goed doel mogen uitzoeken en proberen dat goede doel te halen stimuleren ongetwijfeld de intrinsieke motivatie van sommige studenten. Dat enkelen erbij hangen beschouw ik te behoren tot de verantwoordelijkheid van de projectgroep. De concreetheid ervan - mediawijs worden in de praktijk - staat evenwel de academische reflectie in de weg, merken we. Er wordt keihard gewerkt en minder hard beargumenteerd en gereflecteerd. De voortgangsblogs en presentaties zouden dit moeten kunnen ondervangen.

 

Blogs en presentaties

We hebben afgesproken dat elke groep wekelijks een voortgangsblog schrijft en dat we af en toe plenair bij elkaar komen om via een presentatie elkaar te informeren. Dat lijkt een mooie manier om de gang erin te houden en van elkaar te leren. Immers, in de vorige cursus vonden vrijwel alle studenten het schrijven van een blog en het becommentariëren van elkaars blogs een sterk punt. De werkelijkheid nu is anders.

Er komt geen regelmaat in de voortgangsblogs en ik weiger de studenten achter hun broek te zitten, wanneer een blog ontbreekt. Dom, dom. Sommige presentaties blijken snel in elkaar geflanst en een groep presteert het om telkens te vertellen wat ze allemaal zullen gaan doen. En toen had ik het kunnen weten! Want er openbaart zich langzaam maar zeker een venijnig vergift waarmee ik geen rekening heb gehouden. Zelfstandig werken geeft ruim baan aan uitstelgedrag. Andere cursussen, een drukke bijbaan en een sociaal leven vechten om voorrang en dan is de keuze snel gemaakt.


Boodschap voor mijzelf

Heb wekelijks contact met elke groep en bespreek daarin de voortgang van het project en de onderlinge samenwerking.

NB: Frans Droog adviseert in zijn reactie hieronder het STOP/GO-principe telkens toe te passen. Een wijze raad.


 

De goede doelen en de strategie

De drie projectgroepen halen niet het beoogde bedrag. Je merkt dat de ze ervan balen, hoewel het ons niet uitmaakt. Het ging immers om de gemotiveerde mediastrategie en die in de praktijk toepassen. In hun evaluatie relativeren de studenten ook wel hun slechte zin. Ze zeggen vooral het belang van netwerken te hebben ingezien, dat twitter een sociaal medium is dat er toe doet om netwerken op te bouwen en dat mediastrategieën heel divers kunnen zijn - inzetten van sociale media, een loterij, crowdfunding en contact zoeken met 'oude' media, zoals de regionale TV en weekbladen. [De vierde projectgroep die naamsbekendheid van Books4Life nastreeft, zegt nog steeds activiteiten te zullen gaan doen. Mijn voorstel om te stoppen met de cursus heeft het beoogde effect.]

Wat hebben de studenten niet geleerd? Begeleid zelfstandig werken. Input van gastdocenten en een handboek en dan losgelaten worden - dat gevoel overheerst. Dat vraagt een zelfstandigheid in denken en handelen, waartoe het voortgezet onderwijs en een universiteit evenwel niet opleiden. Waarmee ik terug ben bij de conclusie die ik trok bij mijn vorige - geflipte - cursus: "Natuurlijk vormt leren een combinatie van richtlijnen en vrijheid van invullen – ik onderschatte het belang van richtlijnen."

 

Leer ik het nu nooit?

In een opleiding werken cursussen vaak niet samen, maar beconcurreren elkaar. Mijn collega's vertellen de student precies wat ze elke week moeten doen, en dus hebben die cursussen de hoogste prioriteit voor de student, want niets-doen betekent afgestraft worden. "Universiteitsstudenten krijgen liever een duidelijk af te vinken lijstje aangereikt. Didactisch gezien totaal niet spannend, want dergelijke vakken zijn er genoeg. Toch zie je het weer gebeuren. Aard van het beestje?" schrijft een student in zijn evaluatie. Projectgroepactiviteiten waarvoor jijzelf verantwoordelijk bent, hobbelen er dan achteraan, want er volgt niet onmiddellijk terugkoppeling.

Zelfstandig werken en in groepen kunnen samenwerken behoren tot een academische houding en worden vaak genoemd als het gaat om 21e eeuwse vaardigheden. Een universitaire studie leidt er niet toe op .... Maar al te vaak vertellen we de student in een cursus precies wat we van hem verwachten en met alle plezier kopieert hij dat gedrag, wat immers voldoende garantie geeft om de cursus te halen. We hebben de mond vol van kritisch denken en van nieuwe kennis genereren, maar ons onderwijs en de toetsing zijn voornamelijk gebaseerd op het reproduceren [= imiteren] van gewenst gedrag. De cursus die hier buiten valt, is het haasje.

 

Dus wat ga ik voortaan doen?

  1. Samenwerken in een docententeam.
  2. Met studenten mijn onderwijsoverwegingen bespreken en samen tot een cursusopzet komen.
  3. Volle aandacht besteden aan groepsvorming.
  4. Wekelijks met groepen of individuele studenten een afspraak hebben om de voortgang te bespreken.

Laat ik gewoon vasthouden wat nodig is en loslaten wat mogelijk is.

Reacties

12 Reacties

Frans Droog

Beste Hans,
Via een tweet van Marielle die sprak over kwestbaar opstellen tijdens een leerproces bij jouw post terecht gekomen.
Ik ruik de worstelingen die hier hebben plaatsgevonden. Bij jouw studenten, met jouw studenten, in jezelf. De worsteling tussen gebod en vrijheid in het onderwijs.
Een TOP: dat je dit deelt. Een TIP misschien het onderstaande?
In het VO heb ik binnen vakoverstijgend en projectmatig onderwijs veel gebruik gemaakt van het STOP/GO principe om gegeven vrijheid niet tot vrijbrief tot uitstel en afstel te laten verworden. Op vooraf vastgelegde momenten (of eerder) wordt de voortgang besproken aan de hand van aan de start van het traject duidelijk vastgestelde en aangegeven criteria hoe de voortgang is. Onvoldoende: STOP en stapje terug en opnieuw. Voldoende: GO!
Handtekening docent vereist!
Dit principe kan in velerlei vormen worden toegepast. Op het VO was dit in de vorm van een boekje, met data, afspraken.
Misschien heb je er iets aan.
Met vriendelijke groet,
Frans

Hans van Driel

Ha Frans, dank je wel voor je reactie. Ja, dit is een mooi principe dat perfect past bij de noodzaak die ik voel om wekelijks contact te hebben. Ik ga er gebruik van maken. Zeer bedankt dus.

Margaret Steenbakker

Deel van het probleem is natuurlijk ook simpelweg dat een werkwijze waarbij leerlingen ruimte krijgen voor zelfontplooiing en eigen verantwoordelijkheid (die je ook wel 3.0 zou kunnen noemen) nog ver te zoeken is in het voortgezet onderwijs. Je bent dan als student in het WO al minimaal 6 jaar lang (soms langer, in het geval van mensen die eerst HAVO hebben gedaan of zijn blijven zitten) geconditioneerd om in een bepaald stramien te denken en dat doorbreek je niet zomaar.

Nu heb ik voor ik een universitaire studie ging doen eerst twee jaar HBO Social Work gedaan en daar maken ze gebruik van SMART-leerdoelen, waar studenten dan een semester lang aan werken, naast de algemene leerdoelen van de vakken. Door iets SMART te formuleren wordt een doel heel concreet en dan is het behalen ervan ook (in mijn optiek) een minder grote stap, omdat duidelijk is waar je kunt beginnen. Misschien een idee voor een volgende editie mediawijsheid?

Hans van Driel

Ha Margaret (studente van de huidige cursus),

Dank je zeer voor je reactie en ik begrijp via twitter dat je in een blog hierop doorgaat. Je hebt absoluut een punt: onderwijs leidt op tot imitatiegedra,g en gewoonteverandering is knap ingewikkeld. Jouw advies snap ik, maar komt tegemoet aan waartegen ik ageer, namelijk "Vertel mij wat ik moet doen." SMART doelen houden je aan de hand die de docent vasthoudt. Maar misschien begrijp ik je verkeerd?

Als ik volgend jaar nu eens begin met een kringgesprek? Hoe kan ik jullie betrokkenheid vergroten? Hoe kunnen we samen ervoor zorgen dat je nieuwsgierigheid wordt geprikkeld?

Coen Pots

Dag Hans,

Heb je verhaal globaal gelezen - gescand - moet ik bekennen. Het valt je echt aan te prijzen dat jij je enorm kwetsbaar en leergierig opstelt. Open voor de tijd, de noodzaak en het werkelijke belang: de lerende(n). Niet de traditie. Dat is echt nodig. Ik hoop dat iedereen in de onderwijskolom zich de komende jaren zo durft op te stellen. Op die manier is het de massa die krijgt wat deze vraagt - omdat het nodig is. Om met die heilige huisjes! En dus met de billen bloot om te groeien en constant te verbeteren.

Gr. Coen

Hans van Driel

Ha Coen, dank je wel voor je oproep die onmiddellijk een vraag oproept. Zo menselijk is het om de veiligheid van de gewoonte op te zoeken. Dat is de stelling. Dan zijn er twee vragen. Hoe veranderen wij een gewoonte? Of, nog beter, hoe creëren wij vanaf het begin een gewoonte die uitdaagt tot nieuwsgierigheid, tot betrokkenheid - en dus niet tot rendementsdenken, hoe pragmatisch dat ook is?

Marja Poulussen

Ha Hans, chapeau voor dit zoveelste onderwijsexperiment en dat je blijft volharden. Ik vind het een hele originele praktijkgerichte opzet, met hier en daar inderdaad de genoemde schoonheidsfoutjes.
Bij al je goede voornemens heb ik nog wel wat toespitsing:
1. communiceer bij aanvang vd cursus uitgebreid met de studenten WAAROM je deze keuzes maakt, dat geeft hen inzicht en meerwaarde.
2. Over de groep verder: het genoemde punten-systeem werkt tegen meeliften, maar is ook wat negatief. Je kunt als docent het groepsproces monitoren en bijsturen.
Mijn ervaring is dat een groep "werkt" als het affectieve klimaat goed is. Betrokkenheid bewerkstellig je door ze op elkaars producten te laten reageren. Maak van een reactie een "product" en neem het op als verplicht onderdeel. Maak eventuele onderlinge verschillen productief. En: vergeet de individuele relatie tussen student en docent ondertussen niet!
3. studenten hebben niet zozeer richtlijnen nodig maar KADERS die weliswaar ruimte geven, maar wel begrenzen.
4. stop en go -principe is prima, maar spreek elkaar regelmatig fysiek; niet alles via mail.
Het wordt steeds mooier! Veel groeten, Marja

Hans van Driel

Ha Marja, dank je wel voor je toespitsing! Ze staan nu in beton gegoten bij mij: belang van begin, introduceer 'product', elkaar regelmatig spreken, kaders. Dat wordt dan versie 3.0 ;-)

Iris van de Kamp

Dag Hans, dankjewel voor het delen van je ervaringen. Heel erg interessant om mee te lezen over je gedachten en bevindingen. Ik denk dat jouw manier van werken (experimenteren/reflecteren/open zijn over het proces) een heel mooi voorbeeld kan zijn voor andere docenten. Veel succes met de volgende stappen! Iris

Emma Eigenraam

Dag Hans,

Tijdens de 'geflipte' cursus Mediawijsheid heb ik aan je zijde gestaan. Samen hebben we onze verwachtingen flink moeten bijstellen, we hebben het aangedurfd om los te laten (iets teveel), gezien waar de valkuilen lagen, maar ook de kansen, . Ontzettend leuk, inspirerend en interessant om hier te lezen hoe jij ook dit jaar weer die kansen hebt gegrepen en over de valkuilen een brug hebt gebouwd. Met je armen op de tafel luisteren naar een hoorcolllege van jou? Dacht het niet, dat is Hans -3.0.

Ik ben heel erg benieuwd op welke manier jij het aankomend studiejaar vorm gaat geven. Houd je ons hier op de hoogte? En als ik weer een keer in Tilburg ben, schuif ik graag nog een keer aan bij de cursus.

Maar voor nu: genieten van de vakantie (en als social media het goed heeft, ook een fijne verjaardag)!

Groetjes,
Emma

Hans van Driel

Ha Emma, wat leuk dat je reageert. Het was wederom een hele operatie.
De komende cursus - voorjaar 2016 - wordt een combinatie van offline en online. Online plaats ik theorie [ik ben clips aan het maken, waarin ik de theorie via een power point toelicht], gevolgd door verwerkingsopdrachten. Deze bespreken we vervolgens offline tijdens de colleges. Het ideale model, waarbij ik ook studenten later clips laat maken over een onderwerp dat hun ter harte gaat. Nu lijkt me dit het ideale model.

Ik houd je op de hoogte.

Mediawijsheid 2016. Het begin | Hans van Driel

[…] heb ik geleerd van mijn onderwijsexperimenten de afgelopen […]


Laat een reactie achter